Stadslicht in de schijnwerpers

Alle bezitters en gebruikers van twee-, drie, en vierwielers op de openbare weg dienen te weten dat verlichting een need to have is. Ontbreken ervan is een dure grap, maar het is vooral ook erg gevaarlijk. Op de motor bleek het minst gebruikte licht, het stadslicht het niet te doen. Daar moest dus worden gehandeld. Het liep anders dan verwacht.

Boetes

Wie zonder verlichting op de fietst aan het verkeer deelneemt riskeert een boete van €55. Voor motorrijders en automobilisten is de boete fors hoger €95 als de koplampen of achterverlichting het niet doet binnen de bebouwde kom en €140 als dat buiten de bebouwde kom wordt geconstateerd. Fietsers in de hoofdstad weten inmiddels dat die boetes geen papieren tijger zijn. Er wordt – gelukkig – steeds vaker op gecontroleerd. Voor de bestuurders van de andere voertuigen geldt vooral dat zijn bij algemene controles het haasje kunnen zijn.

Controle

Helemaal in dit jaargetijde is het zaak voor elke rit de werking van de verlichting te controleren. Zo zag ik enkele dagen terug dat de kleinste verlichting op de motor het niet deed. Tijdens het wachten achter een donker busje voor een stoplicht controleerde ik de drie mogelijkheden stads-, dim- en grootlicht. Die eerste deed het dus niet.

Prutsen

Omdat het nog licht genoeg was is bij thuiskomst direct de oorzaak gezicht. Dat was makkelijk. Door de koplamp heel was zichtbaar dat de kleine gloeilamp defect was. Het was niet transparant, maar wit grijzig uitgeslagen. Het uit de koplamp krijgen van de fitting was om meerdere redenen nog een heel geprutst. Het is een bekend verschijnsel bij dit model motorfietsen. Het kan wel makkelijk, maar dan moet de stuurkuip gedemonteerd worden. Dat is voor een kleine handeling als het wisselen van een gloeilamp weinig aantrekkelijk. Tijdens het loswerken van de fitting viel de gloeilamp uit elkaar, die was dus echt goed stuk. Met dun ijzerdraad kon het afgebroken deel uit de koplamp worden gehengeld. Tot zover het prutsen.

Model

Ook al heeft de doorsnee motorrijder geen reserveset lampen in de koffers of onder het zadel van zijn motor liggen, de kans dat hij wel een setje in de auto heeft liggen is zeer groot. Maar dat helpt weinig als het model stadslicht van de motor niet overeenkomt met de standaard lampenset van de auto. Het probleem kon dus niet direct worden opgelost, wat in dit geval niet erg is. Stadslicht wordt eigenlijk niet gebruikt.

Schijnwerper

Met de inmiddels tweedelige gloeilamp op de keukentafel is het hele assortiment aan exotische lampen uit de voorraad erbij getrokken. Hoewel de fitting zeer bekend voorkwam was er geen lamp voorradig. Dat noopte tot het raadplegen van het internet. De fitting BA9s met lamp komt voor bij auto’s als handschoenvak of kentekenverlichting leerde ik. Maar het is te exotisch en onbelangrijk om bij de doorsnee bouwmarkt in het assortiment te worden opgenomen.
Het internet vertelde ook dat deze lamp voor deze motor 4Watt hoort te zijn. Dat is niet veel, maar het is ook maar stadslicht. De resten van de gesneuvelde lamp werden voor alle zekerheid nog eens onder de loep genomen, want dit type lamp is er ook in een 3Watt uitvoering.

Toen werd duidelijk waarom de lamp stuk was. In de koplamp – een ruimte die natuurlijk windvrij moet zijn – was als stadslicht een blauwe halogeen van 23Watt ingebouwd. In plaats van een geel, heldere peer een blauwe schijnwerper. Die is natuurlijk veel te warm geworden en daarom gesmolten en gebarsten.

Hoe legaal deze aanpassing is wil ik niet weten. Wat er wel in hoort is een ander verhaal. De keuze op internet is enorm groot en omvat alles van 1,2 Watt tot 23 Watt en alle kleuren van de regenboog. Voor de vorige motorfiets heb ik me decennialang nooit hoeven te verdiepen in de verlichting – als er iets stuk ging dan werd de reserveset lampen van de auto aangesproken. Voor deze motorfiets gaat dat voor in ieder geval het stadslicht niet op. Nu is het gevraagd even alle aandacht te focussen op de keuze van het juiste stadslicht. Het kleinste lampje staat vol in de schijnwerpers.

Share: