Plofkraak rechtspraak in Nederland

In juni is een groep van die plofkrakers uit Utrecht veroordeeld tot celstraffen tussen 2,5 en 10 jaar. Die zaak haalde net nationale nieuws. In de zelfde periode is ook een paar andere plofkraakzaken door de rechters een oordeel geveld.

Weinig succes

De zaak van de Utrechtse plofkrakers is interessant omdat beschreven wordt hoe weinig succesvol plofkraken in Nederland ondertussen zijn. Van de acht pogingen waarvoor het trio is veroordeeld was er slechts een succesvol. Zelfs dat succes was nog betrekkelijk. Het geld dat uit de machine werd gehaald was door inkt onbruikbaar geworden.

Die slechte score lijkt in lijn te zijn met recente berichten over de plofkraakgolf in Amsterdam. Daar is ook geen sprake van succes (tenzij politie en banken daar de waarheid achterhouden). Wat de acties van de veroordeelde Utrechtse criminelen en de Amsterdammers gemeen hebben is dat de aangerichte schade zeer groot is. Het is die schade aan panden en andere objecten die ook bijdraagt aan de hoge straffen die zijn opgelegd.

Rechtbank Den Haag

Dat de aangerichte schade mede strafbepalend is komt ook naar voren in deze veroordeling. Daarbij gaat het om een plofkraak in Nieuwkoop waar de Rechtbank in Den Haag zich over heeft gebogen. In ov 6.3 staat het volgende:

Bij een appartement tegenover de geldautomaat is – door de kracht van de explosie – zelfs een brokstuk eerst door het balkonhek en vervolgens door de ruit van de woning gegaan en in de woonkamer terecht gekomen.

Verderop staat dat voor de plofkraak zelf de rechtbank 36 maanden celstraf als uitgangspunt neemt.

Als strafverzwarend [weegt] mee dat deze plofkraak in vereniging is gepleegd en als zeer strafverzwarend dat de plofkraak bijzonder gevaarlijk was.

Dat leidt tot een celstraf van 48 maanden waarvan een kleiner deel dan gebruikelijk als voorwaardelijk wordt opgelegd. Opvallend is verder dat de Rechtbank de materiële schadeclaim van de getroffen bank volledig toekent.

Rechtbank Amsterdam

In Amsterdam zijn de afgelopen periode twee plofkraak zaken door de rechtbank beoordeeld. Eind april werd een celstraf van 4 jaar opgelegd aan een van de twee plofkrakers van de ABNAMRO aan het Surinameplein. De eis was 5 jaar en was daarmee fors hoger dan de eerder genoemde strafmaat van 36 maanden. De extra 12 maanden straf hebben alles te maken met de veroordeelde, die al jaren hoog in de top600 staat en (wederom) de forse schade is aangericht.

Het vonnis in de andere recente Amsterdamse plofkraak zaak wijkt daar sterk van af. De betrokkenheid van beide beschuldigden is voor de rechters aangetoond. Slechts het bezit van verdovende middelen kan een van de twee worden aangerekend. Dat geeft toch wel aan dat ook het beoordelen van een plofkraak zaak nog steeds grondig gebeurd.

EAB – Rechtbank Amsterdam

Die grondige toetsing van feiten en bewijzen speelt ook een rol in de laatste plofkraak gerelateerde zaak. Het gaat om een EAB (Europees Aanhoudings Bevel). De persoon die het raakt zit in een Nederlandse PI. België verzoekt zijn uitlevering wegens betrokkenheid bij twee plofkraken in de regio Belgisch Limburg. Door een foute in de procedure wordt uitlevering voor een zaak geweigerd. De aanvraag voor uitlevering in een tweede zaak is volgens de rechtbank in Amsterdam wel goed gedaan. Daarom kan de persoon voor berechting door de rechtbank in Hasselt worden overgedragen aan de Belgische autoriteiten.

Plofkrakers die dachten in het buitenland een makkelijkere buit te maken komen dus bedrogen uit. In Duitsland worden ze van de weg worden geplukt, veroordeeld en opgeborgen. België vraagt (niet voor de eerste keer trouwens) uitlevering van de verdachten.

Share: