Over taalgebruik – bedenkelijke omstandigheden

Tijdens de zoektochten door de rechterlijke uitspraken in Nederland en elders valt regelmatig het taalgebruik op. Vonnissen hebben de reputatie moeilijk leesbaar te zijn. Dat lijkt steeds minder te kloppen. Wat wel blijft is jargon dat zonder verdere context en uitleg onbegrepen blijft.

Onvermijdelijk

Jargon in de rechtspraak is onvermijdelijk. Waarvan de verdachte wordt beschuldigd kan zelden in een paar woorden worden beschreven. Bij het zo goed mogelijk beschrijven van de zaak, de persoon en de verdere omstandigheden zijn in de regel meerdere bronnen nodig. Die bronnen bestaan uit de verklaringen van deskundigen, maar ook van getuigen. De kans dat daarbij sprake is van jargon en dialect is groot. Een andere bron van jargon in de rechtspraak zijn de wetten en richtlijnen waaraan getoetst wordt.

RBROT:2020:1066

Een voorbeeld van het laatste – jargon in een richtlijn – is te vinden in vonnis RBROT:2020:1066. Het gaat hierbij om een persoon die is aangehouden en waarbij een vuurwapen met patroon is aangetroffen. De persoon is alles behalve een firsttime offender (ook dat is jargon en hoewel een Engelse term is het vast onderdeel binnen de Nederlandse rechtspraak). Hierover is in het vonnis opgenomen:

Verder vindt de rechtbank het in hoge mate strafverzwarend dat de verdachte welgeteld zes dagen op vrije voeten was na een detentie van 12 maanden in verband met een veroordeling voor onder meer vuurwapenbezit.

Bij deze zaak speelt de Richtlijn voor strafvordering wapens en munitie (Staatscourant 2016 nr. 67384, 19 december 2016) een rol. Hierin wordt per soort wapen en munitie aangegeven wat de passende strafmaat is. In de richtlijn komt het begrip “bedenkelijke omstandigheden” voor. Bedenkelijke omstandigheden zijn ernstiger dan het “toevallig” voorhanden hebben van een wapen of munitie. De term komt in het vonnis meerdere keren voor. De advocaat van de verdachte probeert het “bedenkelijke” te ontkrachten. Hij is van mening dat zijn cliënt:

het wapen zo kortstondig bij zich (ge)had, dat van een beschikkingsmacht geen sprake is geweest.

De woorden “bedenkelijk” en “beschikkingsmacht” worden in de alledaagse taal weinig gebruikt. Om ze in de context van de rechtspraak te begrijpen loont het de moeite de zoekmachine aan te slingeren. Niet iedereen zal dan doen. Dat zorgt ervoor dat vonnissen niet geheel begrepen worden, omdat woorden die men denkt te begrijpen anders worden gebruikt.

In deze Rotterdamse zaak was het herleiden en uitpluizen van het jargon zo gedaan. De zaak is verder ook weinig complex. De persoon had al een strafblad en is na vrijlating uit gewoonte en bewust weer de fout ingegaan. Met de richtlijn in de hand is opgelegde straf een te volgen rekensom. Het gebruikte jargon, ofwel specifieke taalgebruik, is een paar keer gelezen. Het zal een volgende keer sneller worden herkend en begrepen. Dat maakt het lezen van het dan voorliggende vonnis eenvoudiger.

(Illustratie: de tekst van het vonnis door een woordwolk  applicatie gestuurd. De 150 meest gebruikte woorden zijn afgebeeld – daar is niet veel jargon zichtbaar)

Share: