Ontdekken pers en publiek nu pas de uitwassen van lobbyen

Afgelopen week was er zowaar dubbele ophef in de pers en bij het publiek over het verschijnsel lobbyen. De ophef leek vooral ingeven door het feit dat men van het hele bestaan niets leek af te weten.

Rijkspas

De Tweede Kamer heeft streep gezet door de regel dat oud Kamerleden op vertoon van de Rijkspas redelijk onbeperkt toegang hebben tot het parlement. Die regel bestaat al heel veel jaren en heeft nooit voor ophef gezorgd. Toch was het bestaan ervan bij elke journalist en Kamerlid bekend. Voormalige parlementariërs zijn immers heel vaak te zien in het gebouw en bij de commissie vergaderingen. Dat betekent dat zijn op een andere manier toegang hebben tot het gebouw dan de burger.

Die ex-Kamerleden gaan echt niet voor de gezelligheid en de koffie naar de oude werplek. Iedereen die dat doet heeft namelijk als taak standpunten over een dossier onder de aandacht te brengen. Dat is lobbyen. Ex-Kamerleden vallen te makkelijk in de valkuil om lobbyist te worden. Sommigen kennen de risico’s wel, maar vinden het inkomen belangrijker dan al het andere.

De nieuwe Tweede Kamer vindt dat een onwenselijke situatie. De pers en publiek reageert daar dan weer op met vragen als: “waarom nu pas?”. Die vragenstellers zouden ook eens kunnen terugbladeren in hun agenda’s. Wanneer hebben ze het onderwerp eerder aangekaart? Het antwoord is zeer waarschijnlijk dat men er nog nooit een punt van heeft gemaakt. Zoiets zegt het nodige over de rol van de (parlementaire) pers als waakhond van de democratie.

Lobby tabakindustrie

Die zelfde ophef doet zich ook voor bij de reacties op berichten over het lobbyen door de tabaksindustrie. Pas deze week lijkt het door te dringen dat clubjes die opkomen voor de belangen van  rokers en dergelijke alleen bestaan dankzij de tabaksindustrie.

Betekent dit dat de pers nu pas doorheeft jaren lang te worden misleid?  Begrijpt men nu pas dat personen die om reacties is gevraagd een dubbele agenda hadden? Is het echt zo triest gesteld met het vermogen van journalisten vooraf te onderzoeken wie de woordvoerders van dergelijke belangenclubjes zijn.

De ophef is daarmee overigens niet onterecht! Lobbyen moet kunnen, de pers bereidwillig te woord staan is goed. Maar dat moet transparant en de dubbele agenda moet vooraf duidelijk zijn. Wie dat niet doet en zwijgt over zijn broodheren misleidt de journalist en daarmee de publieke opinie.

En als we dan toch kritisch kijken maar het verschijnsel lobbyen moet ook de rol van gemeenteambtenaren en wethouders onder de loep genomen worden. Het gemak waarmee die zich laten influisteren door “bewonersinitiatieven” die niets anders zijn dan een façade voor foute bedrijven met ondermijnende activiteiten is schrikbarend hoog.

(foto: Husky – Eigen werk, CC BY 4.0)

Share: