Autobrand met een luchtje

Een paar weken terug heeft de rechter een pyromaan veroordeeld tot TBS. Op zoek naar het vonnis kwam ik een andere zaak tegen waarbij het draaide om een brandende auto. Een geval van verzekeringsoplichting met een verdraaid hoog prijskaartje voor de oplichters.

Van pyromaan naar verzekeringsrecht

In en rond Amsterdam is al enige jaren sprake van een hoog aantal verdachte autobranden. In een aantal gevallen gaat het daarbij om pogingen sporen van diefstal en het strippen van onderdelen te verhullen. Andere keren gaat het om vluchtauto’s die worden vernietigd. En dan zijn er nog de pyromanen die – om voor mij onbegrijpelijke redenen – brand stichten super aantrekkelijk vinden. Dat laatste is dus onderwerp van een rechtszaak geweest. Die zaak vond ik echter niet. Wat ik wel vond was een geval van verzekeringsrecht – en die was ook interessant.

De case

Het draait om de schadeclaim van een verzekerde waarvan de auto in februari 2015 is uitgebrand. De verzekeraar weigert de schade te vergoeden. De geclaimde schade heeft betrekking op een aanschafprijs van de tweedehands cabrio van € 44.000. Achmea trekt de hoogte van die prijs in twijfel. De verzekerde kan niet aantonen het bedrag betaald te hebben.

Dat is natuurlijk vreemd. Het wordt echter nog vreemder als duidelijk wordt dat verzekerde een jaar eerder een bedrag van €10.000 heeft ontvangen van een andere verzekeringsmaatschappij na diefstal van een auto. Hoe de verzekerde aan de resterende € 34.000 is gekomen blijft onduidelijk. Er wordt geschermd met familie en vrienden die cash hebben geleend, maar bewijzen daarvan ontbreken. Achmea claimt dat de auto indertijd als opknapper voor € 15.000-€ 16.000 uit Duitsland is geïmporteerd.

Vaagheden

De rechtbank ziet zich in deze zaak geconfronteerd met verdachte vaagheden van de kant van de verzekerde en de verkopende partij. Zo is er deze quote […]

Voorts is het de rechtbank een raadsel waarom iemand, zoals [getuige 2] heeft verklaard, voor de zomer een tweede auto koopt – het is toch fijn om in een cabriolet te rijden – maar dan niet in staat is om de verzekeringspremie op te brengen omdat [getuige 2] in verband met haar registratie niet voor een gangbare verzekering in aanmerking kwam.

Deze getuige 2 heeft de auto op haar naam gezet op verzoek van getuige 1, die ook als verkoper is opgevoerd. Dat ruikt naar een katvanger die bekend is bij de verkeringsmaatschappijen. De kopende partij is dat ook. De rechter constateert dat de koper:

zich ervoor [heeft] geleend om de auto op haar naam te laten registreren en na de brand aanspraak te maken op een uitkering van Achmea, in de wetenschap dat zij een dergelijke kostbare auto niet kon betalen. De vorderingen zullen daarom worden afgewezen.

Wat in het vonnis ook staat is

Conclusie van het voorgaande is wel dat niet vaststaat dat de gestelde koopprijs van € 44.000,00 daadwerkelijk voor de auto is betaald.

Dat deze zaak voor de katvanger annex verzekeringsoplichter slecht afloopt zal de lezer niet verbazen.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Het getuigenverhoor van 11 december 2018 is niet in de berekening betrokken. De kosten aan de zijde van Achmea worden begroot op:
– griffierecht 1.924,00
– getuigenkosten 1.170,28
– salaris advocaat 5.370,00 (5 punten × tarief € 1.074,00)
Totaal € 8.464,28

Dit was niet een zomaar een zaak met een vreemd luchtje. Het was vooral erg makkelijk te doorzien. Achmea laat zich duidelijk niet bij de neus nemen en neemt de tijd (+3 jaar!) om de onderste steen boven te krijgen.

 

(deze post werd geschreven voor het bericht over de 45% stijging van autobranden in 5 jaar in de pers verscheen.)

Share: