Categories
Social Links

Archive for June, 2012

Spam met link naar India

Sinds enige tijd wordt er door de bestrijders van spam en cybercrime gewezen op de rol van India. Een land dat jarenlang een weinig opvallend online bestaan kende. Maar inmiddels is dat anders. Het land staat in vele lijsten bovenaan als bron van ellende en overlast. En van die topranking beginnen we in Nederland nu ook het nodige te merken.

Waarom India zo hoog staat in de top van online-ellende veroorzakende landen is eenvoudig te verklaren. Het is een gigantische groot land met tientallen miljoenen computers die slecht beveiligd aan creatief verbonden en gedeelde internetaansluitingen hangen, die op hun beurt worden verstrekt door accessproviders met laks toezicht en weinig wettelijke plichten ten aanzien van bestrijden overlast. De opkomst van India als IT land heeft daarnaast helaas een onvermijdelijk extra boost gegeven aan de negatieve vormen van internetondernemerschap.

India is daarnaast al langer bekend als een van de plekken waar nep-pharma wordt geproduceerd die al ruim een decennium vooral via internet aan de man/vrouw wordt gebracht. En spam voor dat soort gif belandt met enige regelmaat in mijn spamfilter.

Nieuw is de spam waarmee wordt geworven voor diploma’s, academische graden en andere documenten die betrekking hebben op onderwijs of scholing. Dat soort spam zelf is niet nieuw, alles behalve dat. Maar er is nu – althans in mijn spambak – een interessante influx te zien van dit soort bagger waarbij ik een link zie met India

Your family will have big money and respect! So close, yet so far, complete your degree in 35 days. Real and Cool Diplomas Our staff members will get back to you promptly! Inside usa.: 1-603-509-2001 Outside usa: +1-603-509-2001 Inform your name and phone number (country code) […]

Waarom ik vermoed dat dit spam is met een link naar India: ten eerste de nadruk op het welzijn van de familie. Dat kom je niet tegen bij gewoon “blanke” spam. Tweede is dat een stevig deel van deze spamruns Indiase IP’s bevatten. Derde punt, de adressering. Dit is spam gericht aan een hele hoop personen met stuk voor stuk niet westerse namen. Dat weet ik omdat in de CC keer op keer een riedel namen voorkomt, die al ik eerder heb getraceerd tot personen met links naar Indonesië, India, Pakistan en Bangladesh. En de vierde reden – weliswaar de minst overtuigende, maar toch de moeite van het vermelden waard – waarom ik dit denk: tijdstip van verzending: deze spamruns lijken te worden aangestuurd vanuit een gebied in een net iets andere tijdzone, er zit 3 tot 4 uur verschil met de Nederlandse werktijden, dat komt overeen met de landmassa ten oosten van New Delhi.

Bezorgd over onkunde computer – en smartphonebezitters

Met het toenemend gebruik van computers, smartphones en tegenwoordig ook tablets leidt tot grotere afhankelijkheid van dit soort devices. Een ontwikkeling die geen risico’s in zich heeft, zolang gebruikers de devices maar weten te controleren als dat nodig is. Dat laatste is echter een punt van zorg.

In de zomer van 2011 interviewde ik de directeur van de ISOC J.W. Broekema. Een gesprek dat begon met de mogelijkheden van IPv6 en eindigde in een pleidooi voor meer en vooral beter onderwijs voor IT’ers. We waren het er over eens dat ICT-beheer meer moet zijn dan alleen maar een FAQ kunnen lezen of een stappenplan weten te volgen. Gewoon elk apparaat openschroeven is voor het verkrijgen van hardware kennis een must. Een andere must is dat mensen moeten weten wat er achter een grafische schil zit. Dus blijf wijzen op het bestaan van de prompt, cli of het cmd commando. Weten dat er iets is als:

user@user-computer:~$ ?

is namelijk best wel handig. Net als weten waar de autokrik zit zodat je in geval van nood daar zelf mee aan de slag kunt of er de toegesnelde hulp op kunt wijzen.

Dat basiskennis van computers en software ontbreekt werd mij vorige week onverwacht duidelijk. Voor mijn smartphone was ik op zoek naar een methode de geïnstalleerde software te verplaatsen van het interne geheugen naar de geheugenkaart. Doel: meer geheugen vrij maken waardoor smartphone vlot blijft werken en er weer wat extras gedownload kunnen worden. Dat zou niet moeilijk moeten zijn, want de telefoon heeft die optie, bij elk programma kun je aangeven – “verplaats naar geheugenkaart”. Alleen die optie stond uitgevinkt, dus ik moest ergens een masterswitch van OFF op ON zetten.

Daarvoor is er natuurlijk Google en dat verwees me naar Phandroid. Hier vond ik een heldere uitleg (eigenlijk 2) hoe applicaties van telefoongeheugen naar microSD te verplaatsen zonder lastige ingrepen als het rooten van de telefoon. Een plan in 15 stappen dat ik na 2 lezen wel begreep. Software op de computer installeren smartphone aansluiten, programma op de computer starten, paar regels tekst inkloppen en that’s it. Extreem simpel!

Maar tot mijn toch wel heel grote verbazing blijken op 12 pagina’s met replies en reacties het merendeel afkomstig te zijn van mensen die stranden. Hoe een programma op een Windowscomputer moet worden geïnstalleerd, dat lukt ze nog. Maar daarna werken vanaf de prompt leverde veel vragen op als

“Where can i find the windows command promt?”

En als ze dat al onder de knie hebben raken ze in paniek als het programma reageert met opmerkingen als “file not found”, omdat een nieuwe versie de directory’s (mappen) andere namen heeft gegeven. Denk vooral niet dat de meesten in staat blijken dat non-issue zelfstandig op te lossen.

Een groep – of generatie – die zo afhankelijk is van devices en gadgets maar niet eens weet hoe de motorkap geopend moet worden. Dat baart mij grote zorgen.

E-commerce – waar ik op let

Als bezitter van een modernere smartphone ben ik verplicht op zoek te gaan naar accessoires. Mini USB is uit, ik heb nu micro USB snoeren nodig. Hiervoor en voor gadgets maak ik uiteraard gebruik van internet. Ik zoek, selecteer en bestel. Maar bestel ik zomaar bij iedereen? Wat zijn mijn criteria?

Opletten bij e-commerce is noodzaak, want er zijn naast professionele aanbieders ook een hoop minder brave aanbieders. Een andere categorie wordt gevormd door aanbieders die minder betrouwbaar overkomen. In hoeverre dat meer is dan een gevoel en ook rationeel kan worden aangetoond is iets dat mij in mijn speurtocht naar snoertjes, verloopstekkers en hoesjes heeft beziggehouden.

Zolang ik op het platform van eBay of Marktplaats blijf is er niet veel aan de hand. Ik ben op zoek naar klein grut, en dat is voor de meeste oplichters niet interessant. Gevolg, de kans dat mijn bestellingen en betalingen goed worden behandeld is – zeker via genoemde platformen – groot.

Het aanbod is op deze platformen groot, hetgeen voordelig is voor het vergelijken van prijzen en condities. Daarbij vielen bij de goederen tot 10~20 euro weinig gekke dingen op. Zodra je op zoek gaat naar duurdere gadgets, denk aan luxe houders voor in de auto, dan zie je meer verschillen optreden. Beschrijvingen van artikelen die niet echt kloppen met de foto of omschrijvingen die de nodige slagen om de arm houden. Dat is geen slordigheid of toeval. In deze gevallen ging het bijvoorbeeld om verschillen tussen “origineel” en “oem”.

Voor sommige zaken kwam ik uit bij de bekende Chinese website DX. 1000en artikelen tegen mini prijzen. En omdat ik grut-onderdelen zocht voor verdere verwerking (lees modificeren met mes en soldeerbout) was dat laatste erg prettig. Bij DX is de betaling, net als bij eBay en Marktplaats via PayPal te regelen. Een systeem waar ik tevreden mee ben. Voor mij veilig, want niet gekoppeld aan een betaalrekening en het saldo is met opzet altijd beperkt tot een paar tientjes.

Een onderdeel bleek lastig verkrijgbaar en uit de reviews van de smartphone maakte ik op dat daar het origneel te verkiezen was boven namaak. Dat zorgde ervoor dat ik alle telefoonwebstores afstruinde op zoek naar een onderdeel van een niet meer gangbare telefoon.

Een partij in Nederland kon die zonder moeite en snel leveren tegen een prijs die aanzienlijk lager lag dan bij andere webshops. Maar wat of wie schets mijn verbazing bij het onder ogen krijgen van de transactiemogelijkheid. Een eenmalige machtiging, waarvoor de gegevens zijn in te vullen op een niet beschermde webpagina en geen alternatief.

Sorry, dat is voor mij onaanvaardbaar. E-commerce moet leuk blijven en deze verplichte betaaloptie is niet leuk want niet veilig. Twee koppen espresso later vond ik via eBay een webshop net over de grens die het originele fabrieksartikel ook kon leveren. Toegegeven, 3 euro duurder maar dan wel op basis van een veilige transactie. Dat is het mij wel waard.

En die constatering: dat ik een meerprijs over heb voor een veilig e-commerce traject vond ik er een om te onthouden.

Kredietwaardigheid via SocialMedia gecontroleerd

Stel je voor, je wil een lening afsluiten voor de aanschaf van auto of huis. In Nederland vul je dan op een formulier naast alle financiële data ook in dat je akkoord gaat met registratie bij het BKR. Het BKR in Tiel registreert daardoor alle leningen in Nederland. Daarnaast is het BKR de plek waar aanvragen voor consumptief krediet worden beoordeeld, heeft de aanvrager een historie van slecht terugbetaalgedrag of al veel leningen openstaan dan volgt een negatieve beoordeling. Het BKR is daarmee een voorbeeld van “niet leuk, maar wel nuttig”.

In Duitsland bestaat een dergelijk instituut als het BKR, daar heet het SCHUFA. De werking van die club gaat iets verder. Het dreigen met een SCHUFA vermelding wordt nog wel eens gebruikt om potentieel onwillige betalers onder druk te zetten. In een aantal gevallen is dat aantoonbaar ook uitgevoerd zonder gegronde reden. Een bepaald slag advocaat en incassobureaus, maar ook telco’s zijn hiervoor dan ook al voor de rechter gesleept. Hierdoor is het SCHUFA veel meer dan BKR een omstreden instelling, want het werkt actief mee aan het blacklisten.

Wie denkt dat SCHUFA hierdoor voorzichtig is en goed nadenkt bij elke stap die het zet heeft het grondig mis. Begin juni werd via de pers bekend dat SCHUFA “bij wijze van proef” in samenwerking met het HPI (Hasso-Plattner-Institut für Softwaresystemtechnik der Universität Potsdam) onderzoek was gestart op sociale media om nieuwe profielen te maken, bestaande profielen te verbeteren en klanten beter in kaart te brengen. Want als er ergens veel data voorhanden is dan is het wel op Facebook & co.

De rel die vervolgens uitbrak was er eentje uit handboek: de politiek in alle staten, Kamervragen, de minister kondigde onderzoek en stappen aan. Schufa waste de handen in onschuld: het is slechts onderzoek, de data is publiek toegankelijk en deoor geburikers zeff online gezet (pardon? RN) en wij moeten ons werk toch ook kunnen doen. Het HPI, struikelde over vergelijkbare wollige praat maar trok wel de stekker uit het project. Waarna Schufa met lege handen bleef staan en de politiek weer overging tot de waan van de dag.

Het schandaal – een andere bewoording is ontoereikend – is natuurlijk dat er serieus wordt nagedacht (het HPI kent trouwens deels publieke funding) over het minutieus jagen op persoonlijke data onder het mom van “de dienstverlening verbeteren” en het streven naar de 100% in kaart gebrachte burger. Een Godwin van jewelste hangt in de lucht, want waar heeft in Nederland de precieze registratie van bevolkingstroepen in het verleden al eens toe geleid?

En voor de rest is dit natuurlijk het zoveelste bewijs dat Facebook & co evil zijn. Of in ieder geval, iedereen die daar gebruik van maakt of toestaat dat er gegevens van hem/haar op verschijnen werkt mee aan het verder vullen dat giga databases met de meest uiteenlopende gegevens die door goedwillenden en kwaadwillenden zullen worden gezien als bron van macht.

ANWB: maar communiceert tenminste netjes

De ANWB geldt in bepaalde kringen als voorbeeld van een organisatie die als focus heeft het zo grootschalig mogelijk verbruiken van papier. De dode bomen publicatie Kampioen is een voorbeeld van verplichte kost die massaal ongelezen in de papierbak verdwijnt. Maar als vereniging met een decennia oude traditie van informeren en betuttelen is er geen gevoelde noodzaak die methode van communicatie aan te passen. Daarnaast is de oplage nog steeds zo indrukwekkend dat de advertentie-inkomsten elke beginnende discussie op het ANWB HQ smoort.

Dat wil niet zeggen dat de ANWB doorheeft dat er andere manieren van communiceren zijn. Tot mijn grote verrassing ontving ik eerder deze maand een brief met de volgende opening:

“U heeft enige tijd geleden een verzekering afgesloten in één van onze ANWB-winkels”

Wat volgt is een uitleg over iets meer dan 1 pagina dat een aantal diensten in het vervolg alleen nog maar telefonisch of via internet wordt aangeboden. Een keurige brief, helder en niets mis mee. Daar is vast en zeker ook lang over nagedacht, want echte flaters of onwaarheden kon ik niet vinden. Een terechte boodschap ook, want het verschijnsel ANWB-winkel is wel heel erg gedateerd en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de winkels, die na een aantal reorganisaties over zijn, slechts een marginale omzet draaien. Met het weghalen van de verzekeringen uit die winkels is een verdere afslanking en focusverlegging mogelijk. Voor de klant maakt dat verder weinig uit, die kan bellen of mailen en dat zal ook al voor het versturen van de brief de regel zijn geweest.

Waarom dan toch aandacht voor deze communicatie?
Dat heeft alles te maken met de openingszin. Tot zover ik kan nagaan was het overschrijven van mijn motorfietsverzekering de laatste keer dat ik zo’n winkel bezocht. “enige tijd geleden” is dat zeker, dat was namelijk 2001. Was er echt geen openingszin mogelijk die minder de indruk wekt dat de ANWB geen zicht heeft op klanthistorie?

Aan de andere kant, de ANWB neemt tenminste nog de moeite een fatsoenlijke en -bijna- correcte brief te sturen. In vergelijking met de gedrochten waarmee banken en telco’s de klanten van zich hebben vervreemd is dat een onmiskenbaar pluspunt.

Lead en Lead generation: het zijn dubieuze termen

De Nederlandse toezichthouder voor financiële diensten AFM heeft recent een persbericht doen uitgaan, waarin melding wordt gemaakt van een boete die is opgelegd aan het bedrijf Leadprovider. Dit bedrijf is na herhaaldelijk door de AFM te zijn gewaarschuwd beboet wegens het bemiddelen in financiele diensten, zonder over de daarvoor benodigde vergunningen te beschikken.

Deze zaak heeft de landelijke dode bomen pers amper gehaald. Wel stond een artikel hierover op Emerce, dat vooral marketing -en e-commerceachtige activiteiten als focus heeft. Toch is de belangstelling van Emerce voor deze zaak niet zo vreemd als je doorkrijgt wat de activiteiten van de beboette ondernemer waren. De eenpitter is, zoals blijkt uit de naam, een leadgenerator. Een term die heel vaak in de online advertentiewereld wordt gebruikt, en dat is een link met Emerce.

Lead generation is het creëren van pre-sales response voor een dienst of product. Hoe serieuzer deze respons des te waardevoller de lead en des te hoger de vergoeding. Het systeem is verder vrij simpel, de gegevens van personen of bedrijven die interesse in dienst of product A tonen en daarvoor een e-mailadres of ander contactgegeven hebben achtergelaten worden – al dan niet tegen opbod – verkocht. Weet daarbij dat het vergaren van dit soort informatie niet zomaar kan, want aan het verkrijgen en bewerken van dit soort gegevens van natuurlijke personen heeft de wetgever paal en perk gesteld. Het CBP is de plek daar meer over te weten te komen.

De zaak van de leadgenerator waar de AFM de tanden in had gezet deed mij echter niet voor de eerste keer versteld staan over de begrippen “lead” en “lead generation”. Het schurkt toch wel heel dicht aan tegen spammen, vanwege de overlast die ermee veroorzaakt kan worden en de schimmige structuren die er achter schuil blijken te gaan.

Tegelijkertijd deed het me denken aan een situatie die ik vorig jaar meemaakte bij een gerenommeerde hardware leverancier. Daar bestond grote belangstelling voor een vorm van onderzoek, dat door slechts weinigen in dit land kan worden uitgevoerd. De presentaties waren goed verlopen en ook de prijs leek geen probleem. Totdat een andere manager zich met de zaak ging bemoeien. Zijn kijk op markt en marktkennis was heel bijzonder. Onderzoek: ja graag, maar betalen ho maar. Wat hij voorstond was afrekenen op basis van leads. Dat was in zijn optiek de enige garantie dat het verrichtte werk kwalitatief goed was. Met dat voorstel kon ik uiteraard niet akkoord gaan.

Het is een bizar voorbeeld van de vermeende waarde van leads en het verklaart ook waarom er zoveel lieden de hele dag niets anders doen dan leads bijeenschrapen. De uiteindelijke kwaliteit en legaliteit van de werkwijze wordt daarbij genegeerd.

Maar goed dat er partijen als CBP en dus AFM zijn om hier toezicht op te houden, al is wat we daarvan merken per definitie slechts het topje van de ijsberg.

Netneutraliteit: daarom dus

De afgelopen jaren heb ik me meermaals ingezet voor Netneutraliteit. Dat deed ik omdat ik de discussie in de Verenigde Staten al heel vroeg volgde en de negatieve scenario’s letterlijk zal ontstaan. Ook in Nederland had ik met de materie te maken. Vanaf 2005 stond het bij een niet nader te noemen telecomoperator op de agenda. Daar was de insteek zo slecht, want aanvankelijk alleen maar bij de juristen bekend, dat het niet veel moeite kostte samen met anderen er voor te zorgen dat aan dat onderwerp enige jaren amper aandacht werd besteed.

Dat wil niet zeggen dat daarmee in Nederland, laat staan Europa, Netneutraliteit in een la lag te verstoffen. Keer op keer werd er toch hardop nagedacht over manieren meer aan internet te verdienen. Want dat is de basisgedachte achter het opzij schuiven van Netneutraliteit, de eigenaar (of uitbater) van de netwerkinfrastructuur bepaalt wie tegen welke condities wat mag doen. Daarbij is structureel en opzettelijk keer op keer voorbij gegaan aan het gegeven dat er al flink wordt betaald voor het gebruik van infrastructuur. Abonnees van internetdiensten betalen maandelijks een bedrag en ook de aanbieders van informatie hebben in de regel kosten voor het transporteren van de data.

Hoe dan ook, de discussie kende tot eerder dit jaar de nodige ups-and-downs. Uiteindelijk heeft Nederland besloten per wet te bepalen dat Netneutraliteit de regel is. Aanbieders van vaste en mobiele communicatie kunnen nu niet meer naar eigen goeddunken tol heffen, verkeer frustreren, dubbel afrekenen en daarmee het gebruik reguleren.

Dat niet iedereen blij is met die stap mag duidelijk zijn. De grote telco’s hebben uitgebreid gelobbyd, maar dat leidde eerder tot negatief sentiment bij politiek, pers en publiek. Het is opvallend dat de hele discussie werd gekenmerkt door een traditionele tweestrijd. Voor of tegen, ander smaken waren niet voorradig. Dat daarmee wellicht de een of andere partij te weinig ruimte heeft gekregen de eigen standpunten uiteentezetten lijkt een voorbeeld van collateral damage in de politiek.

En terwijl Nederland nog een beetje om zich heen kijkt, deels verbaast reageert op de kritiek van OPTA en Europa op ons Netneutraliteit wetgeving rommelt het weer bij de oosterburen. Deutsche Telekom voorman Oberman heeft vorige week bij Bitkom weer eens een proefballon opgelaten (bron). Als Berlijn meer bandbreedte wil voor de burgers dan gaat dat flink geld kosten. Deutsche Telekom gaat daarbij uit van investeringen tot €50 miljard. Die kosten zijn natuurlijk niet terug te verdienen als iedereen van alles op het internet kan doen.

Obermann pleitte daarmee op ouderwetse wijze voor walled gardens, toegangscontrole voor gebruik en diensten en uiteraard het laten betalen voor gebruik door aanbieders en consumenten (boven de maandelijkse abonnementskosten dus!) Heel slim noemde hij het een internet van twee snelheden. Kenners van de discussies rond Netneutraliteit weten wel beter.

Daarom is het nodig de discussies rond Netneutraliteit te blijven volgen.

Smartphone opladen in de auto

Al jaren zit in mijn auto een universele houder voor afwisselend telefoon of iPod. Een typisch voorbeeld van een werkende el-cheapo oplossing. Om de apparaten die ik er in klem van stroom te voorzien heb ik de keuze uit speciale stekker-versterker combinatie voor de Apple muziek spullen en een universele USB plug voor elke telefoon.

Die USB telefoonplug heb ik jaren geleden gekocht, inderdaad ook een el-cheapo. Ik weet niet eens meer waar, wel dat die plug inmiddels 2 auto’s heeft ervaren, dus dat is best wel oud. Aan die plug is dan weer een USB snoer geplugd en dat was tot voor kort een USB A naar USB mini (link). Daarmee heb ik achtereenvolgens 2 Motorola telefoons en 1 HTC Android telefoon kunnen opladen. Dat ging altijd goed. Zeker de Motorola’s die nog echte GSM toestellen waren, waren op die wijze snel weer voorzien van voldoende stroom. Bij de HTC Hero liep dat ook goed, al viel daar op dat het echt langer duurde eer de accu op 100% stond. Met navigatie – en dus GPS – aan de smartphone opladen was bijvoorbeeld iets dat uren kon duren. Daaruit maakte ik al op dat het vermogen van de oplader ook een rol speelt.

Recent ben ik semi noodgedwongen overgestapt op een andere smartphone. Weer een HTC, maar een moderner model. De Desire is de eerste smartphone die ik inzet een micro USB stekker en dat betekent dus dat ik een aantal van de Hero gadgets niet langer kon gebruiken. Maar met eBay is dat een betrekkelijk euvel, uurtje surfen en wat zaken vergelijken en de verloopstekkers en snieren waren besteld. En ook typische eBay, dit soort kleiner orders wordt door de desbetreffende verkopers ook heel snel geleverd.

Op mijn zoektocht naar accessoires voor de Desire belandde ik op het android-hilfe forum, een site die ik vaker bezoek, vooral om te zien welke problemen T-Mobile branding met zich meebrengt. Op dit forum las ik voor het eerst iets over het afgegeven vermogen van 12v adapters. Nooit geweten dat een 12V sigarettenstekker in verschillende vermogentypes bestaat en evenmin was mij bekend dat USB kabels een rol kunnen spelen in het oplaadproces. De adapter die ik al jaren gebruik zegt een 1Amp model te zijn, dat hoort dus voldoende te zijn. Of de nieuwe eBay kabeltjes dat vermogen ook veilig en goed aankunnen – dat is kwestie van testen. Ik weet inmiddels wel al dat het opladen via een no-name 220v adapter sneller gat dan via de originele HTC Hero adapter waar ik een micro USB stekker in heb geplugd, dat maakt het nog interessanter.

Opvallende QR code

Als consumenten zijn we inmiddels gewend dat op goederen barcodes staan afgedrukt. Barcodes zijn een uitkomst voor de handel, omdat daarmee op extreem snelle en ook nog eens betrouwbare wijze voorraadbeheer kan worden gepleegd. In het hele traject van productie tot het afrekenen aan de kassa zijn barcodes inmiddels dan ook niet meer weg te denken.

De barcode kan echter nog veel meer. Bezitters van smartphones hebben de mogelijkheid barcodes te scannen. Handig om de titel van een boek te onthouden of als je in een winkel staat te zien of het artikel niet om de hoek voordeliger is.

Naast barcodes bestaan er ook QR codes. Deze zijn grafisch gezien veel leuker, een vierkant blok met random vulling spreekt mij althans meer aan dan een rits lijntjes van verschillende dikte. QR codes zijn ook uit te lezen met de smartphone en toch komen ze minder vaak voor. Als je ze tegenkomt is dat daarom ook extra opvallend.

Recent heb ik oog in oog gestaan met twee bijzondere toepassingen van QR codes. In de Poolse hoofdstad Warschau worden QR codes toegepast bij een aantal historische objecten. Via de code wordt je verwezen naar een meertalige website waar het object wordt uitgelegd. Voordeel is dat een website meer tekst kwijt kan dan een bordje op de gevel en dus ook het straatbeeld niet verstoord. Daarnaast is eenmaal aangeklikt ook de perfecte manier om de site te bookmarken. De toerist kan zo ook later nog eens op zijn gemak de informatie consumeren. Slim onderdeel van een poging toeristen vaker te laten terugkomen.

Andere toepassing, minder ver van huis namelijk bij het lokale DHZ filiaal: een QR code afgedrukt op de plantpotten. Ook hier handig, dat de koper via zijn smartphone nog eens rustig kan teruglezen hoeveel water en zon de plant nodig heeft.

En zo blijf ik me positief verbazen over de inzet van QR en vraag ik me af waarom ik er toch zo weinig zie.

(ja ik heb zelf uiteraard ook een QR code die verwijst naar dit blog en de standaard visitekaartjes informatie)

De TV crisis

Al vele jaren wordt een crisis voorspeld, die door alle partijen om het hardst wordt ontkend. Niet de crisis in Europa of rond de Euro, nee de crisis rond het TV kijken is pas een crisis met de hoofdletter C. En het wordt tijd dat daar eens serieus mee wordt omgegaan, want het welzijn van heel volksstammen (de z.g. programmamakers, zender coördinatoren, advertentiebureaus en sponsors, stuk voor stuk dus kwetsbare groepen) staat op het spel.

Het heeft geen zin dit nog langer te ontkennen. Wat is gekomen als innovatie zoals HD recorder, uitgesteld kijken en de tablet hindert de continuïteit die bovengenoemde groepen nodig hebben om te komen tot de beste prestaties en zeer gewaardeerde producten.

Tot zover het cynisme. De realiteit is natuurlijk dat de techniek inderdaad snoeihard de businesscases van de omroepen, zenders en adverteerders belaagd. Werd het aanvankelijk nog afgedaan als een vooral Amerikaans verschijnsel (veel advertenties, dus logisch dat ze die skippen) blijkt het inmiddels ook in Europa gemeengoed te zijn geworden tv programma’s te kijken met bij voorkeur zo min mogelijk onderbrekingen voor commercials of aankondigingen van andere activiteiten van de tv zendergroep in kwestie. Dat is in ieder geval aangetoond door recent onderzoek van de UBA (de Unie van Belgische Adverteerders) (link achter betaalmuur). De bevindingen van onze Zuiderburen liggen in lijn met wat hier zelf en ook in Duitsland al is aangetoond: de mogelijkheid uitgesteld tv te kijken wordt steeds meer ingezet om tv reclames te skippen.

Naast deze ontwikkeling, waar adverteerders wereldwijd nog geen oplossing voor hebben gevonden, is er nog een interessante trend. Bitkom, de Duitse koepel voor IT en elektronica bedrijven heeft vorige week onderzoeksresultaten getoond waaruit blijkt dat inmiddels 77% van de Duitsers met een internetaansluiting tijdens het tv kijken surft. De term die hierbij wel wordt gebruikt is “second screen”, maar deze is vooral bedoeld om aan te geven dat een 2e scherm nodig is om het het 1ste scherm te kunnen communiceren of de content op scherm 1 te bepalen.

De Duitse bevindingen geven het begrip “second screen” een ander betekenis. Zelfs op de bank voor de buis is er concurrentie. Als het programma niet boeit (reclames!) zapt de tv kijker niet eens meer weg, maar hij kijkt naar zijn 2e scherm en gaat daar tijdelijk iets anders doen. Ook geen goede ontwikkeling voor al die armlastige tvformat verzinners als eyeworks, tvzenders als de RTL groep of adverteerders. Maar ook hier een ontwikkeling die met ontkennen evenmin wordt tegengegaan.