Categories
Social Links

Archive for June, 2009

Betrokken klanten

Uit de berg persberichten die mij de afgelopen week is gestuurd was er een die met kop en schouders boven de rest uitstak. Weliswaar eentje uit Duitsland, maar ook interessant voor de Nederlandse markt.

Het supermarkt concern Penny, zoals de naam al aangeeft een discounter, heeft een Kundenbeirat in het leven geroepen. Een Kundenbeirat heeft als taak te zorgen dat de stem van de klant wordt gehoord in de onderneming, te adviseren over assortiment en andere zaken. Penny, wil over 7 regio’s verdeeld deze adviesraden inrichten, elk van de regio’s zorgt voor een afvaardiging naar de landelijke Kundenbeirat.

Ik vind het zeer opvallend en positief dat juist in een marktsegment waar de concurrentie het felst is en de strijd wordt gevoerd om fracties van centen een dergelijk plan wordt gelanceerd. En ook al worden de leden niet betaald voor het advies, Penny zal hoe dan ook kosten maken om dit te kunnen organiseren. Dus waarom doet Penny dit?

Ten eerste is de strijd om de klant, juist bij supermarkten, een permanente. Het onderscheidend vermogen van supermarkten is veel geringer dan van autoverkopers. Een pak melk bij Penny is niet veel anders dan bij de concurrent. Het verschil tussen een Opel en een Renault is vele malen groter. Daarnaast zijn er signalen dat de dure loyalty programma’s een minder bruikbaar instrument zijn dan gedacht. Tenslotte is het een methode die erg veel secondaire informatie kan opleveren tegen relatief lage kosten.

De methode om op een dergelijke wijze de klantinput te gebruiken is niet nieuw. Toen halverwege de jaren 90 internet in Nederland bekender werd, namen diverse isp’s de stap om dergelijke adviesraden in het leven te roepen. In de regel gebeurde dat na fouten, black-outs of slechte pers. Van alle initiatieven op dat terrein is de gebruikersvereniging voor kabelgebruikers Coax de bekendste en wellicht de enige die heeft overleefd.

Want dat de meeste gebruikersplatforms al weer in alle stilte zijn opgeheven is een feit. Aan de ene kant was het onvermijdelijk. Met de komst van flatrate aansluitingen nam een groot deel van de irritatie weg. Betere hardware en software zorgde ook voor minder exotische klachten. Aan de andere kant werden isp’s onderdeel van beursgenoteerde bedrijven en daar is de directe inbreng van klanten minder gewenst.

Wat isp’s wel zijn gaan doen, is veel investeren in permanent marktonderzoek. Vaak met enquêtes en soms door het instellen van een panel. Het grote voordeel van die methode is, dat je een te grote betrokkenheid of subjectiviteit van klanten weet te voorkomen.

Dat juist die grote betrokkenheid nu weer bewust wordt gebruikt door Penny om zich te verbeteren en te onderscheiden van de concurrentie is opmerkelijk

Praktijkruimte (2)

Veel werknemers zien terecht de voordelen van thuiswerken. Met een computer aan de eettafel een moeilijk memo schrijven of een jaarplan aanpassen en daarbij niet gestoord door telefoon of lollige collega’s kan heel effectief zijn. Veel werkgever zien ook in, dat het een methode kan zijn de werknemer beter te laten presteren. En werkgevers die het personeel laptops ter beschikking stellen hebben daar weer een streepje voor, omdat men dan ook weet dat alles wordt gedaan op een relatief veilig platform met legale software.

De houding van de belastingdienst is ook redelijk positief voor het verder promoten van thuiswerken, omdat de werkgever kosten voor computers, internet en telefonie onder bepaalde voorwaarden onbelast kan vergoeden.

Wat echter bij al deze mooie plannen onvermeld blijft is dat de werknemers door thuis te gaan werken te maken krijgt met hogere woonkosten. Ik heb voor een sessie met de KvK Utrecht niet zo heel lang geleden opgesomd welke kosten hoeveel toenemen op het moment dat je thuis gaat werken en waardoor die veroorzaakt worden.

Thuis achter de pc zitten zorgt voor hogere stookkosten en meer stroomverbruik. Je gaat immers niet in een onverwarmd hok zitten en een computer gebruikt stroom. Daarnaast is het bijna onvermijdelijk, dat je iets gaat veranderen aan je werkplek thuis. Dus je maakt kosten voor een goede stoel, tafel of kleinere zaken als paperclips (ik ga ervan uit, dat je die niet van de zaak meeneemt, maar zelf koopt). Daarnaast heb je overdag behoefte aan koffie of thee, dat verbruik je ook meer. En of het nou een waterkoker, een Senseo of een Gaggia is, het zijn stuk voor stuk stroomvreters.

Kortom je maakt bewust en onbewust kosten. Niet allemaal zijn ze via de werkgever te verhalen en in een aantal gevallen is het ook onzinnig. Het zijn overigens wel kosten, die je zelf kunt beïnvloeden. Op het moment dat je zou uitwijken naar een bedrijfsverzamelpand of een aparte praktijkruimte unit betrekt zijn je mogelijkheden te besparen aanzienlijk geringer. Daarom pleitte ik er bij de KvK voor om thuiswerken ook echt thuiswerken te laten zijn.

Wat mij trouwens stoort in de hele discussie rond mobiliteit en verminderde milieubelasting is dat werkgevers vooral goed zijn in het benoemen hoe veel zij bezuinigen en goed doen door de werknemers 1 dag per week uit de auto te houden en thuis te laten werken. Naar mijn bescheiden mening is er sprake van een verschuiving van de belasting en de kosten in het nadeel van de werknemer. Begrijp me goed, ik ben een groot voorstander van meer thuiswerken en kritisch kijken naar mobiliteit. Ik vind het alleen te ver gaan om de kosten baten analyse zo eenzijdig te laten zijn.

Praktijkruimte (1)

Fietsend langs een nieuwbouw project viel mijn oog op het bord langs de kant van de weg. Sociale huurwoningen, koop appartementen en praktijkruimtes met woning voor starters te huur. Praktijkruimte op de locatie in kwestie, Amsterdam Far West, verwacht je dat niet tegen te komen. En terwijl ik verder fietste kwam de vraag naar boven, wat voor ruimte is dat dan.

Eeuwenlang was het gebruikelijk dat veel beroepen van huis uit werden verricht. De smid woonde achter de smederij en de pastoor naast de kerk. Bij bepaalde beroepen, zoals notaris of huisarts was het kantoor of de praktijk echt aan huis. Dat was praktisch en leverde bovendien nog mooie voorbeelden van Nederlandse architectuur op.

Met het veranderen van de samenleving, de toegenomen mobiliteit en de concentratie in bepaalde sectoren is het aantal ouderwetse praktijkruimtes flink afgenomen. De gecombineerde woon/werkruimtes hebben vaak andere bestemmingen gekregen, of een van de twee functies is opgeofferd.

De laatste jaren zie je geleidelijk de trend ontstaan, dat steeds meer mensen van huis uit gaan werken. Niet alleen zelfstandigen, maar ook werknemers in loondienst verkiezen het werken in huis boven het werken elders. Toen ik nog in loondienst werkte, waren voor mij de grote voordelen van werken vanuit huis het ontlopen van files, de centrale ligging en het ongestoord kunnen doorwerken. Ik zal zeker niet de enige zijn, die die argumenten gebruikte. En soms liet ik merken dat de betere koffie, de perfecte lunchfaciliteiten en de snellere internetverbinding ook een rol speelden. Dit laatste was minder serieus, maar werd wel weer door vele collega’s herkend.

Van huis uit te werken is technisch gezien al jaren mogelijk. Computers en randapparatuur zijn niet langer onbetaalbaar, de benodigde software om veilig op een extern netwerk in te loggen is volop voorhanden. En met de breedband verbindingen zonder tijds of volume beperkingen die we in Nederland kennen is het aanleggen van een vpn tunnel iets waarbij je niet om verborgen kosten bevreesd hoeft te zijn. Dat klinkt erg simpel, maar in bijvoorbeeld België of Groot Brittannië biedt geen van de consumenten isp’s een echte breedband flatfee. De prijs voor een breedband abonnement in Nederland is in vergelijking met buurlanden ook nog eens laag te noemen. Kortom alle ingrediënten lijken voorhanden om decentraal te werken.

En als het dan allemaal zo makkelijk is geworden om vanuit huis te werken, waarom bouwen projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen dan nog speciale praktijkruimtes met woning voor starters? Ik blijf het antwoord op die vraag vooralsnog schuldig.

Verschillen in de postorderbranche

Op zoek naar weer een accessoire kwam ik uit bij Manufaktum, een winkel annex verzendhuis gespecialiseerd in het verkopen van retro-chic.

En terwijl via de nieuwsticker bijna 24/7 de slechte berichten over het verzendhuis Quelle binnen blijven druppelen hoor je over Manufaktum en eigenaar Otto opvallend weinig. Dat Quelle, als onderdeel van Karstadt in surseance verkeert verklaart natuurlijk veel. Maar ruim voor die beslissing werd geveld was er sprake tussen radiostilte uit Noord Duitsland, waar Otto zit en rumoer uit Bayern waar Quelle het hoofdkantoor heeft.

Een goed moment om eens stil te staan bij de verschillen tussen 2 postorderbedrijven.

Quelle en Otto zijn in Duitsland bekende namen als het gaat om kleding, wit -en bruingoed. Hele generaties zijn opgegroeid met goederen uit de twee catalogi, vergelijkbaar met Wehkamp in Nederland.

Met de opkomst van internet was het Nederlandse Wehkamp een van de eerste Europese postorderaars die de kansen van Internet zag en na enkele jaren succesvol op Videotex geweest te zijn de stap naar het echte web zette en daarvoor terecht veel lof oogstten van gebruikers, concurrenten en vakjuries.

In Duitsland duurde het door tal van omstandigheden veel langer eer een wezenlijk deel van de bevolking gebruik maakte van internet, De omzet werd daardoor langer voor een groter deel via de catalogi gerealiseerd dan via online kanalen. Doordat zowel Otto als Quelle eigen winkels hadden was het invoeren van een online verkoopkanaal ook moeilijker dan in het geval van Wehkamp. De belangentegenstelling die daar speelde is gelijk aan die tussen reisbureaus en het web, of tussen de primafoonwinkels en het web.

Een paar jaren geleden zijn Otto en Quelle verschillende kanten uitgegaan. Otto koos bewust voor een multichannel strategie. Het concern beschikt inmiddels over 1900 catalogi voor verschillende doelgroepen en 50 verschillende online winkel ketens. Otto zocht ook naar niches zoals Manufaktum en kocht liever bestaande bedrijven op in plaats van het nabootsen. Quelle ging ondertussen door met een zo compleet mogelijke aanbod voor het gehele klanten -en prospectbestand. Een aanbod dat werd gepresenteerd in één catalogus, één winkelketen en op één website. Dus absoluut geen multichannel strategie of segment benadering.

Deze laatste strategie heeft er toe geleid dat Quelle in rap tempo klanten is verloren aan de concurrentie uit het hoge noorden. Onvermijdelijk ook, dat de klanten die als eerste vertrokken er indirect voor gezorgd hebben dat het assortiment niet verder is ontwikkeld. Dit hindert dan weer de instroom van nieuwe klanten. En inmiddels heeft Quelle een klantenbestand dat steeds verder krimpt en ook verouderd. De nood is inmiddels zo hoog, dat Quelle geen geld meer heeft de catalogus te laten drukken.

Overigens, wat ik zocht heb ik gevonden bij Gunters & Meuser, ook een voorbeeld van een bedrijf dat op tijd de kracht van en noodzaak tot een goede aanwezigheid op het web heeft ingezien.

Online fraude

Als we spreken over online fraude, dan wordt in Nederland vaak gedacht aan websites die uit zijn op bankgegevens of goederen beloven na vooruitbetaling.

In een aantal EU landen en dan vooral Duitsland en Oostenrijk bestaat op het thema online fraude de volgende variant. Op sites als Mega-Down_loads.net of Open_download.de kunnen internetgebruikers, tegen een jaarlijkse vergoeding van €98 shareware downloaden (de domeinnamen heb ik met opzet verminkt).

Wat bijna niemand in de gaten heeft, is dat het gaat om een meerjarig abonnement zonder mogelijkheid van tussentijds opzeggen. Preciezer geformuleerd in de voorwaarden staat dat abonnees vrijwillig afstand deden van het geldend consumentenrecht. Veel minderjarigen stapten in de val. De site exploitanten laten vervolgens met veel wapengekletter merken, geen reden te zien een tussentijdse opzegging te accepteren. Ook niet binnen de hiervoor wettelijke afkoelingsperiode van 7 dagen.

Hoewel het overduidelijk gaat om het aanbieden van overeenkomsten die in strijd zijn met het contractrecht en de e-commerce richtlijn schenden is het niet de eerste keer dat dit soort sites wordt gesignaleerd.

In de regel zijn het de regionale consumentenbonden die de strijd aangaan met dit soort websites en daarbij succesvol zijn, mede door de pers aandacht. Zo wordt op de regionale tv zenders regelmatig aandacht besteed aan het onderwerp en worden tips over hoe te reageren op een onterechte rekening via de uitzendingen en websites gegeven.

Vandaag is het echter het openbaar ministerie in Hannover, dat de pers informeert over een groot succes in de strijd tegen fraudeurs. Er is beslag gelegd op de banktegoeden van Mega-Down_loads.net. Een bedrag van €850.000 is bevroren en de exploitant, een schimmige tld in de VAE, wordt beschuldigd van oplichting en witwaspraktijken.

Tot zover ik weet bestaan in Nederland dit soort foute websites nauwelijks.
Naar de reden hiervan kan ik slechts gissen, maar het zou kunnen dat Nederland door de alertheid van toezichthouders, hosters en de banken minder aantrekkelijk is voor deze vormen van fraude.

De crisis en internet

In BBC’s Money Programme van afgelopen dinsdag analyseerde Mary Portas de impact van de huidige economische malaise op de Britse winkelstraten. Het is een van de weinige keren dat ik de afgelopen maanden echt van begin tot einde een tv programma heb gekeken. En dat omdat er overeenkomsten zijn tussen de situatie op het eiland links van ons en hier op het vaste land van Europa.

Een extreme samenvatting van het programma zou zijn:
we hebben te lang te veel geld uitgegeven, winkelketens groeiden als kool en de logica van hun concepten en aanbod werd niet in twijfel getrokken. Nu het allemaal minder wordt en de klanten minder geld willen en moeten besteden, blijken formules leeg te zijn, grote namen geen feitelijke waarde te hebben en vraag en aanbod niet op elkaar aantesluiten. Last but not least de consument is nog weer anders dan gedacht. Resultaat winkelstraten die doodbloeden met enorme impact op de leefbaarheid van hele steden.

Geen prettige situatieschets, maar wel een die in mijn ogen correct is.

Ergens in het programma werd terzijde opgemerkt, dat voor een bepaald type winkelketens de neergang lijkt mee te vallen. Dat zijn de winkels die service bieden. Klinkt niet echt spannend, elke winkelier roept dat maar is er een verschil tussen roepen en waarmaken. Of zoals een geïnterviewde zei: you can’t switch it on or off, daarmee aangevend dat service geven heb je wel, of je hebt het niet in je genen zitten.

Het verlenen van service bij de aankoop van goederen en diensten in deze sombere tijden is ook om een andere reden een belangrijk instrument. Met de snelheid van communicatie en het 24/7 kunnen vergelijken van prijzen en mogelijkheden heeft de huidige internetgeneratie in een aantal opzichten meer verstand van de zaken dan verkopers.

Een winkelier die dat ziet als kritische klanten heeft deels gelijk. Hij zal het echter vooral moeten beschouwen als een stimulans zijn eigen kennis up-to-date te houden. En wat blijkt, de potentiële klant weet een inhoudelijk gesprek te waarderen, ziet het als component van de service en het bepaalt mede de aankoopbeslissing.

Wat valt hiervan te leren?

  • Ten eerste zien we voor het eerst de impact van kennisvergaring en deling via internet en mobiele devices op fysieke winkels in de Highstreets in tijden van stagnatie en neergang.
  • Daarnaast blijkt dat service juist nu een serieus punt is waarop geselecteerd wordt.

Voor de strategen en marketeers van bedrijven actief in (bijna)verzadigde markten, zoals telecom en internet, zou deze aflevering van het Money Programme verplichte kost moeten zijn.

Foute boel

Tweakers, de website voor bovengemiddelde powerusers staat uitgebreid stil bij het offline halen van een website die niet deugde. Dat uitgerekend deze webcommunity daar aandacht aan besteedt en niet sites als Webwereld of Emerce is een eerste interessante constatering.

Waar gaat het om?
Nederland heeft wetgeving die eisen stelt aan de online presentaties van commerciële organisaties. Dit is de uitwerking van de richtlijn elektronische handel en die moet ervoor zorgen dat de e-consument (m/v) weet met wie hij/zij e-zaken doet.

We kennen ook een brancheorganisatie, Thuiswinkel.org, waarvan de leden zich door extra transparantie, een onafhankelijke geschillenregeling en diverse andere kwaliteitseisen onderscheiden van de rest van de markt.

In deze zaak komen zowel de wetgeving als de spelregels van Thuiswinkel.org samen. Er werd een website gesignaleerd die zich zich sierde met het Thuiswinkel.org logo en duidelijk niet voldeed aan de wettelijke eisen. Uit onderzoek bleek dat het logo onterecht was toegeëigend en het vestigingsadres opzettelijk fout was.

Thuiswinkel.org heeft de hoster van de website benaderd en, waarschijnlijk op grond van het misbruiken van het beschermde logo, de site uit de lucht weten te halen. Hierdoor is voorkomen dat een oplichter slachtoffers kon maken. Omdat de nepwinkel in e-goederen zat is aandacht op Tweakers.net zo vreemd nog niet.

Als je verder op Tweakers.net rondneust zie je dat er daar vaker wordt geschreven over niet frisse zaken. En inmiddels kennen vele bezoekers de internationaal gebruikte kreet If it sounds too good to be true it probably is. En al hebben de meeste rare of foute zaken die besproken worden betrekking op websites gehost in verre landen of online marktplaatsen, ik zie met enige regelmaat meldingen van sites gehost in Nederland. Schijnbaar is het makkelijk en mogelijk dit soort praktijken ook hier te ontplooien.

En terwijl overheid en banken apart of samen waarschuwen alert te zijn voor misbruik van financiele gegevens, lijkt op het gebied van online winkelen die actie niet te bestaan. Het ingrijpen van Thuiswinkel.org lijkt namelijk een solo handeling te zijn. Maar het is wel een operatie die ik begrijp. Immers fake websites kunnen het vertrouwen in e-commerce enorm veel schade toebrengen.

En over vertrouwen gesproken, kom je een schitterend, uniek, prachtig aanbod tegen, staar je niet blind op logos en labels. If it sounds too good to be true it probably is

Breedband – een ontwikkeling geschetst (3)

Na gisteren geconcludeerd te hebben dat xDSL aanbieders in Nederland een kale dienst leveren rijst de vraag waarom ik me richt op die specifieke infrastructuur voor de consumentenmarkt.

Wat mij betreft zijn er enkele verschillen met kabelinternet, die zo fundamenteel zijn dat xDSL daarmee niet vergelijkbaar kan zijn.

Op de eerste plaats, de aanbieders van xDSL hebben lang beweerd unieke meerdiensten te leveren, die zowel klanten als aandeelhouders zouden overtuigen van de voordelen van de 2 of 4 aderige koperkabel boven coax. Ik heb aangegeven, dat als die inhoud al bestaan zou hebben, daar op dit moment geen sprake meer van is.

Op de tweede plaats, de aanbieders van kabelinternet beschikken stuk voor stuk over meerjarige ervaring met het aanbieden van contentdiensten in verschillende pakket vormen. De tv en radio bundels waar ik het over heb zijn daarbij mogelijk door het hebben van contracten met de media industrie. Het gaat hier om een niet te onderschatten voorsprong die sterk in het voordeel werkt van de coax leveranciers.

En op de derde plaats, tot op heden lijkt over coax meer mogelijk dan over xDSL. De pogingen vanuit een telcombedrijf digitale tv te brengen middels een apart medium, genaamd Digitenne, zijn qua marketing en verkoopaantallen inmiddels succesvol te noemen. Het is echter niet zo dat de digitale tv signalen over het bestaande koperdraadje naast spraak en internet de huiskamer binnenkomen. Van bundeling op basis van de gebruikte infrastructuur is bij coax derhalve eerder sprake dan bij xDSL.

En tenslotte, waarom ik spreek over xDSL en niet over ADSL komt, omdat er in Nederland ook andere smaken breedband over koper voor de consument zijn (geweest) dan alleen de asynchrone snelheden via het KPN netwerk.

Breedband – een ontwikkeling geschetst (2)

Eerder schreef ik dat specifieke diensten voor xDSL niet echt van de grond gekomen zijn. Hier volgt een nadere uitleg.

Toen Mxstream in 1999 werd geïntroduceerd was het niet mogelijk direct het internet op te gaan. De eerste inlog die de gebruiker deed, heel omslachtig verplicht via IE5.0, bracht je tot de breedbandportal van KPN. Hier zou exclusieve content worden aangeboden. Pas na dat reclamescherm kon je het internet op en bijvoorbeeld je mail programma starten. Deze rare constructie was typerend voor het idee dat telco’s ook leveranciers, of distributeurs van content zouden gaan worden.

Echter het liep anders. Het leeglopen van de internetzeepbel, de felle concurrentie van de kabelaars en de minimale belangstelling van abonnees voor dit soort diensten heeft ervoor gezorgd dat xDSL providers in Nederland geen content zijn gaan leveren die de waarde van de kale accessdienst vergroot. MXstream is dan ook stilletjes uitgefaseerd en alle breedband portal plannen zijn verdwenen.

Tot op zekere hoogte is de situatie elders in Europa niet veel anders. Zo zijn pogingen op commercieel verantwoorde basis films en/of muziek aan te bieden bijna overal gestrand. En al kun je nog wel eens een persbericht lezen, dat maatschappij X met isp Y een deal heeft gesloten. De waarheid is dat dit soort projecten amper levensvatbaar is.

Nu is het eenvoudig het uitblijven van succes te wijten aan de gebruikers die massaal materiaal online verspreiden en consumeren zonder daarvoor te betalen. Maar daarmee ga je voorbij aan een aantal zaken. De meest relevante daarvan is, wat zijn eigenlijk specifieke xDSL diensten.

En als je die vraag gaat beantwoorden, kom je erachter dat voor een isp dat soort diensten niet bestaat. Er is anno 2009 wel breedbandcontent, denk aan YouTube. Er zijn applicaties die baat hebben bij een 24/7 verbinding, zoals Skype. Maar dat zijn stuk voor stuk diensten die een isp niet kan bundelen met de access abonnementen. En zelfs de meest basale diensten die een isp normaal levert kennen elders een betere prijs/kwaliteit verhouding, denk maar aan de grote gratis mailboxen bij Gmail.

Dat doet mij concluderen dat xDSL in Nederland in het 10e levensjaar een kale dienst is.

Breedband – een ontwikkeling geschetst (1)

Deze week participeerde ik diverse keren in discussies over breedband internet. In een gesprek met medewerkers van het Ministerie van Economische Zaken kwamen opmerkelijke meningen ter sprake. Het zette me aan de ontwikkeling, uitrol, adoptie en toekomst van breedband weer eens in kaart te brengen. Breedband, iets dat voor mij als een van de allereerste MxStream gebruikers in Nederland begon in het 3e kwartaal van 1999.

De eerste stappen zijn te bepalen wat breedband is. En daarover is geruime tijd onduidelijkheid geweest. De Britse definitie, breedband is alles boven de 128kbps, zoals door toezichthouder Ofcom in najaar 2003 gehanteerd was naar Nederlandse begrippen al snel verouderd. Volgens de OPTA is breedband in Nederland alles sneller dan 256kpbs. In 2002 waren de snelheden van MxStream tenminste 512kbps – 4x sneller dan in Groot Brittannië en al op meer plaatsen beschikbaar. Nederland heeft in vergelijking met de Europese peergroep bij de dekkingsgraad ook heel snel een voorsprong opgebouwd.

De komst van MxStream en snelle upgrades moeten gezien worden in de context van de uitrol van een andere manier van breedband internet, dat via de kabel. Strikt genomen is kabel internet de pionier op de Nederlandse markt en in potentie altijd superieur geweest in performance en prijs/kwaliteit verhoudingen. Maar het kan verkeren.

In 2004 werkte een zeer forse prijsverhoging van ADSL door KPN (+23% voor de basis abonnementen) in het voordeel van de kabelinternet leveranciers. Korte tijd daarop zakte de performance over de breedte van de kabelaanbieders fors in. Een ontwikkeling waar men tot op heden last van heeft. Voor beiden technieken geldt wat dat betreft, reputatie komt te voet en gaat te paard.

Doordat Nederland twee soorten breedband kent, de bereidheid van de consument deze technieken te omarmen groot is en de concurrentie fel is het nu een van de toplanden op het gebied van e-Readiness. Zie de post over e-Readiness monitor 2009.

Maar welke kant gaat breedbandinternet nu op? De xDSL technieken zijn in bijna geheel Nederland beschikbaar maar de ontwikkeling van specifieke diensten hiervoor – met uitzondering van voip – is niet echt van de grond gekomen. Inmiddels wordt xDSL niet verder ontwikkeld, omdat glasvezel door de telco’s wordt gezien als de infrastructuur van de toekomst. Of dat terecht is, is nog maar de vraag. Het aantal projecten dat echt succesvol draait, met voldoende belangstelling voor een sluitende businesscase is opvallend laag.

De kabelaanbieders hebben door upgrading naar de docsis 3.0 standaard op dit moment al op vele plekken de mogelijkheid aanzienlijk hogere snelheden aan te bieden en met bel -en televisie pakketten interessante bundels te bieden. In vergelijking daarmee is TV via xDSL een marginale bezigheid.

Er lijkt iets voor te zeggen, dat het geleidelijk upgraden van een bestaande infrastructuur, waarbij de klant minimale hinder ondervindt en niet met eenmalige kosten wordt geconfronteerd de betere strategie is. Het verleden heeft echter geleerd, dat een onverwachte ontwikkeling in prijzen of kwaliteit binnen zeer korte tijd de status totaal overhoop kan gooien